De andere weg


Het boek "De andere weg naar Santiago"

Op 1 april 1994 vertroken Merijn en Huub op een pelgrimstocht van Westmaas (Z-H) naar Santiago de Compostela in Noordwest Spanje. Het zou een wandeling worden die sterk afweek van de gangbare tochten. Huub en Merijn hadden er voor gekozen om een andere route te nemen dan de meeste wandelaars. Ook werd er elke dag zelf gekookt en stond het buiten kijf dat er geen terrasjes, café's en restaurants zouden worden bezocht. Slapen in een tentje en geen rustdagen. Na 79 dagen bereikten zij hun doel.
Zij vonden het zo bijzonder dat ze er een boek over schreven.
Het eerste deel van het boek grijpt de lezer bij de kraag en sleept hem door een 79 dagen durende wandeltocht van ontberingen en hoopvolle ontmoetingen. Dag in dag uit de onzekerheid van wel of geen slaapplaats, een winkel voor levensmiddelen en de weersomstandigheden. Telkens weer diezelfde vragen, maar toch is geen dag hetzelfde. De momenten van intense vreugde steeds afgewisseld met pure ellende en wanhoop.
Het tweede deel geeft een beschrijving van de meditaties van Huub van den Hoogenhoff (1931). Hij is er in geslaagd om op zeer indringende en herkenbare wijze zijn jeugd en jonge jaren te beschrijven. Een zoektocht naar zijn identiteit in een voortdurende strijd tussen zelfontplooiing, oorlog en het katholieke keurslijf. Een gevecht dat hem tot na de tocht naar Santiago in 1994 heeft achtervolgd. Continu boeiend en met soms benauwende openheid geeft Huub in dit deel zijn herinneringen en overwegingen prijs. Gevoelens en twijfels waarmee hij hoopte af te rekenen tijdens een wandeltocht naar één van de bolwerken van het katholieke geloof, Santiago de Compostela.
Het boek "De andere weg naar Santiago" (ISBN 90-901664-8-3) is in eigen beheer uitgegeven.

Inleiding

In het algemeen vindt men dat er een doel nodig is als je iets gaat ondernemen. Evenzeer kun je in het algemeen zeggen dat als je iets onderneemt, er wel een doel aanwezig zal zijn.
Niet altijd wordt dat doel uitdrukkelijk uitgesproken. Zo'n onuitgesproken, misschien wel onuitspreekbaar, doel zal wel de allereerste oorsprong zijn van de hier beschreven wandeling.
Wij, Huub, de vader en Merijn, de zoon, wilden deze pelgrims-tocht gewoon maken, omdat hij bestaat.
Als zo'n plan groeit en vastere vormen aanneemt krijgen ook andere doelstellingen meer contour:
Voor beiden golden culturele overwegingen: al sinds het jaar 900 wordt deze pelgrimstocht gemaakt; deel uit te maken van die lange tocht en de culturele traditie daardoor voort zetten trok ons aan;
Er bleef ook een zweem van prestatie aanwezig in ons doel: een tocht van 2100 km. te voet zonder gebruik te maken van moderne voorzieningen zoals hotels, restaurants, pensions en dergelij-ke is een avontuur en een prestatie om trots op te zijn.
Voor de vader, Huub, ging bij het voortschrijden van de voorbe-reidingen, de tocht steeds meer een gelegenheid worden om een bepaalde periode uit zijn leven af te sluiten. Daarvoor leek de wandeling zeer geschikt: rust en regelmaat, de voorwaarden voor een geslaagde meditatie, zouden volop aanwezig zijn. Van deze overwegingen wordt in dit boek apart verslag gedaan, los van het verslag van de wandelervaring op zich.

Het verslag is geen weergave van heldendom, geen enorm spannend en robuust verhaal. Het is een overzicht van het alledaagse, dat de essentie uitmaakt van zo'n pelgrimage:
79 dagen lang, telkens weer een afstand overbruggen en zorgen voor de meest alledaagse zaken zoals voedsel, een slaapplaats, toilet- en wasgelegenheden.

82 dagen zijn wij met elkaar opgetrokken en hebben nog beter elkaar leren kennen in de algemene, maar ook in de kleine beweegredenen van deze bezigheid. Pas achteraf zijn daarom de doelstellingen eigenlijk goed te formuleren:
Samen een eeuwenoude pelgrimage 'na' te lopen waardoor je het gevoel krijgt deel uit te maken van een 11 eeuwen lange optocht, tijdens welke je jezelf bezint op wat je in het leven gedaan hebt, doet en nog wilt doen.
We zijn geen van beiden bekeerd of hebben wonderlijke veranderingen ondergaan, maar hebben wel geleerd de gehaaste bewegingen van onze tijd en onze cultuur te relativeren en vooral om onze Nederlandse gereserveerdheid enigszins af te leren.

1 april 1994
Weer: windkracht 9, regen en af en toe zon
Afstand: 21,6 km
Kampeerplaats: wild (bij de Haringvlietbrug)
Route: Westmaas - Haringvlietbrug

Eindelijk, na maanden van voorbereiding gaat de tocht beginnen. We kunnen het, wat het weer betreft, niet slechter treffen. Er staat een vliegende storm, met windstoten van naar schatting windkracht 9/10, begeleid door nogal wat regenbuien, die de wegen tot een glimmende dreiging maken.
De hele nacht heeft Huub liggen draaien en zakte steeds weg in korte slaapjes. Hij droomde onzekere dromen. Er lijkt niet veel voor nodig om ons te overtuigen dat wat wij gaan ondernemen, "zottenwerk" is en dat we de tocht beter kunnen afblazen.
Vooral de onzekerheid over het vinden van geschikte overnachtingplaatsen tijdens de tocht heeft Huub de voorbije nacht gekweld. En water..., zullen we steeds voldoende water kunnen krijgen, want hoe dicht bevolkt de landen waar we doorheen trekken ook zijn, onze ervaring is dat, als je iets nodig hebt, er zelden iemand te vinden is om je te helpen.
Buiten verwachting worden we uitgezwaaid door familie en kennissen en, al onderweg, komen we nog een vriendin tegen die ons een hart onder de riem komt steken, iets wat later hard nodig blijkt te zijn.

Het lopen is zwaar. Na ruim 5 uur en 21 km vrijwel zonder rusten, gelopen te hebben, besluiten we om halfvier onze tent 'in het wild' op te zetten. Omdat we bij de start voor een mooie route kiezen lopen we meer dan gepland en halen dus de tevoren bepaalde slaapplaats niet en moeten wel 'wild' kamperen.
We staan tussen de Haringvlietbrug en de Volkeraksluizen en kijken vanuit onze tent tussen de riethalmen door naar een strandje dat ons van andere omstandigheden bekend is.
Door de beschutting van de dijk en het riet merken we een stuk minder van de nog steeds straffe wind.
Vanavond dus geen douche, geen kleding wassen.
Merijn kookt een maaltijd. De lucht is opengebroken en de zon geeft wat meer kleur aan het einde van de eerste dag, die wat zwaarte en ongemak betreft niet gemakkelijk zal worden over-troffen. We gaan vroeg naar bed.
Tijdens de nacht wordt Huub zich er ineens van bewust, dat riet graag natte voetjes heeft; angstig afwachtend of onze tent water zal gaan maken, sluimeren we de nacht door.

4 april 1994
Weer: bewolkt, gestart met regen, windkracht 5 - 10
Afstand: 38,6 km
Kampeerplaats: gezinscamping na de veerpont Breskens
Route: Zandkreekdam - Breskens

Het is halfacht als we beginnen met het afbreken en inpakken van de tent; het regent nog steeds. We vertrekken om 9 uur met zeer veel wind in een langgerekte plensbui.
De fluitende wind kromt het riet langs de overvolle vlietkanten. De bloemen langs onze weg blijven gesloten. De hemel is dreigend bewolkt en er drenst een voortdurende regen, afgewisseld met hagelbuien. Het is koud, guur, ongezellig. Al drie dagen is het weer onveranderd slecht. Alles wordt nat.
Om 12 uur merken we dat we een rondje om Oud-Sabbinghe hebben gelopen, een omweg van ongeveer 3 km, meer dan een half uur lopen. We zijn dus de weg kwijt.
We bellen ergens aan om de weg te vragen. We worden binnen gevraagd en na 10 minuten zitten we achter een heerlijke kop thee en een paar broodjes kaas. Een 'waanzinnige' ervaring. Uitgerust en opgeknapt vervolgen we de route en om vier uur in de middag hebben we 27 km gelopen. Halverwege de dag blijkt dat we nergens een camping zullen tegenkomen. We zijn er wel een gepasseerd. We besluiten uit te zien naar een plekje om wild te kamperen. In een echt gierende storm, we staan soms echt stil vanwege de wind, kunnen we geen geschikte plaats vinden; voornamelijk vanwege de kletsnatte grond. Vragen om een plaatsje voor een nacht bij bewoners levert een onvriendelijke ervaring op. We besluiten daarom door te lopen tot de veerpont bij Vlissingen.

Via de buitenwijken van Middelburg lopen we 2 km om. Door de negatieve ervaring bij het vragen om een slaapplaats raken we geprikkeld en gedemotiveerd. Merijn ziet het helemaal niet meer zitten. De temperatuur is zo laag dat we in een diepvriescoma dreigen te raken. De omgeving is nat en koud en we hebben het gevoel in ons blote lijf tussen natte lappen door te lopen. Onze blik reikt tijdens het lopen niet verder dan twee meter voor ons uit: asfalt, gras, water. We krijgen medelijden met al die watervogels, of zou het jaloezie zijn.

Vlissingen is nog ver weg. We krijgen nog een behoorlijke hagelbui te verwerken. Soms staan we stil vanwege de storm.
Vijf minuten over acht hebben we de pont bereikt, die na drie kwartier wachten gaat varen. We zijn echt versleten. We trakteren onszelf op een broodje kaas, thee en Coca-cola.
Na de overvaart hebben we nog een kwartier te gaan voordat we de camping in Breskens hebben bereikt. Het is inmiddels aarde-donker geworden als we de tent gaan opzetten. De steunbollen van de A-stok hebben we bij de Zandkreekdam in het gras achter gelaten zodat we moeten improviseren met grondpennen.
Terwijl Merijn een douche neemt, kookt Huub bij uitzondering het eten. Om half tien zitten we aan de maaltijd.
Terwijl de wind onze tent de stuipen op het lijf jaagt zakken we weg in een diepe droomloze slaap.
Prettig Paasfeest.

12 mei 1994
Weer: zon, zon, zon
Afstand: 26 km
Kampeergelegenheid: terrain communal
Route: Guitres - Saint Germain de Puch

Hemelvaartdag.
Met een door- en doornatte tent vertrekken we, beschenen door een matige ochtendzon, die later in staat blijkt om de hemel blauw te kleuren.
Onze route loopt op een scheidslijn van natuur en techniek: rechts razen de auto's ons voorbij en links liggen rustiek wijngaarden te groeien in de zon. In onze hoofden verloopt dat allemaal niet zo gladjes en we zijn blij als we weer kunnen afslaan, een weg in, waar je de vogels, de krekels en de kikkers weer kunt horen.
Halverwege onze dagtocht worden we begroet door een mevrouw die uit haar auto is gestapt en naar ons toekomt. Ze vraagt ons of wij pelgrimsgangers naar Santiago de Compostela zijn. Ons bevestigend antwoord maakt haar enthousiast en ze biedt ons een eenvoudige maaltijd aan. We overleggen met elkaar. We leggen aan die mevrouw uit wat ons probleem is: we moeten nog een plaatsje zoeken voor onze tent in Germain de Puch en we willen de hele weg lopen en niet met de auto ergens naar toe worden gebracht. Zij belooft ons dat zij ons na de maaltijd weer op exact dezelfde plaats zal terug brengen als waar ze ons nu oppikt voor de maaltijd. Wij gaan tenslotte met haar mee.

De, volgens mevrouw Lavaux, zoals ze blijkt te heten, eenvoudige maaltijd bestaat uit: per persoon ongeveer 500 gr asperges met een heerlijke saus, gevolgd door een vis uit de Dordogne, gebakken aardappelen en brood met 5 verschillende soorten kaas; tot besluit een vanillebavarois met aardbeien en een kop thee. (Achteraf vragen we ons af of we een fout hebben gemaakt door de maaltijd niet vooraf te laten gaan door een gebed.)
We krijgen na de maaltijd nog de gelegenheid om een douche te nemen. Na precies anderhalf uur staan we schoon en verzadigd weer op de plaats waar we zijn opgepikt. We hebben het gevoel te dromen en we vervolgen erg lichtvoetig onze weg naar Saint Germain de Puch.
Als slaapplaats krijgen we een mooi terreintje aangewezen naast een sportzaal. 'Sjakie', zoals Merijn St. Jacobus van Compostela noemt, schijnt nu duidelijk op onze hand te zijn en ons te helpen.
We hebben wel weer moeten vertellen dat we katholiek zijn, wat volgens Huub nauwelijks een leugen is omdat katholiek niet meer betekent dan algemeen, over de gehele aarde verspreid, en daar voldoen we aan. We hebben vandaag een 'super'dag.
Voordat we het goed en wel beseffen staan we weer kurkdroog en op een mooi gemeenteterrein. We hoeven niet te koken en kunnen onmiddellijk in onze dagboeken gaan schrijven. Lekker vroeg liggen we op een oor.

18 juni 1994
Weer: miezerregen
Afstand: 18 km
Refugio: Santiago de Compostela
Route: Arca - Santiago de Compostela

We maken de laatste wandeling en gaan daarbij door de eucalyp-tusbossen waar de bomen kaal met ontrafelde stammen ons tegemoet geuren. De laatste dag, maar wel in de regenpakken, wat herinne-ringen op roept aan de eerste dagen van onze pelgrimage.
We arriveren in Santiago de Compostela en dat doet ons minder dan we verwacht hebben. De onpersoonlijke ontvangst van deze pelgrimsstad valt ons niet tegen, omdat dat ons uitdrukkelijk voorspeld is. We, vooral Huub, zijn toch gespannen in verband met het postpakket: waar is het postkantoor, zijn we er op tijd en is het pakketje gearriveerd?
De stad is matig interessant en de mensen zijn nors en duide-lijk gericht op 'geld verdienen'. Hoewel 10 x minder dan in Lourdes lijkt ook hier de commercie de baas.
De weg naar het postkantoor wordt ons duidelijk uitgelegd.
Met het postpakketje gaat alles prima: het bevat twee schitte-rend bedrukte T-shirts: op de voorzijde de tekst "I did it my way" onder de afbeelding van een St. Jacob's schelp, en op de achterzijde "Santiago de Compostela 1994". Er bevinden zich ook nog brieven in het pakketje met groeten en gelukwensen van veel vrienden en kennissen. Een fijne ervaring.
Bijna missen we nog ons Compostellanum omdat we in onze onnozelheid vertellen dat we niet religieus georiënteerd zijn. Zodra we in de gaten krijgen dat dat een belemmering betekent voor het verkrijgen van het begeerde document, het 'diploma', voeren we veel en sterke argumenten aan voor onze religieuze instelling. De functionaris raakt overtuigd en schrijft het wandeldocument op onze naam alsnog uit.

Als je er de tijd voor neemt en met alle mensen die je in de refugio ontmoet een praatje maakt, dan valt de kille ontvangst nog wel mee. Het is een soort reünie. Zo ontmoeten we in Santiago de Compostela weer een Spaanse man die we ook onderweg zijn tegengekomen. Omdat hij nogal stil was hebben wij daaruit de conclusie getrokken dat hij misschien gehoorgestoord zou zijn, wat inderdaad het geval blijkt te zijn. Maar met zijn handen en ogen vertelt hij ons zo’n enthousiast verhaal over zijn tochten naar Santiago de Compostela dat je er warm van wordt. Hij heeft de tocht in totaal 6 maal gemaakt, gestart steeds vanuit verschillende plaatsen. Lopen werkt verslavend. Merijn, die aanvankelijk het heilige voornemen had nooit meer zoiets te zullen ondernemen begint nu al voorzichtige plannen te maken voor een tocht naar Santiago de Compostela vanuit Jacca. De belangrijkste reden om dat te doen is de 'omgang' van de mensen met elkaar. Omgaan zonder echt contact, maar wel met herkenning en een gevoel van samen.
Voor de zoveelste maal citeert Merijn een Schotse wandelaar die hij op een van zijn wandelingen heeft ontmoet: "Every time I walk a route I think, why do I do it; but when I’m at home, before I know it, I'm planning another one."
Merijn die nooit meer zou lopen is plotseling een wandeljunk en alleen lijf of leeftijd kan hem nog tegenhouden.
We trakteren ons zelf op kopjes koffie met iets erbij en een warme maaltijd: calamares, kaas en Santiago-taart.
We verheugen ons op de ontmoeting met nog meer andere pelgrims morgen.
Nu gaat het verwerken beginnen. Het beschrijven alleen al is een emotionele zaak. Stiekem maak je met jezelf de afspraak: "Ik weet nog niet hoe, maar hier kom ik nog eens terug".

Het boek is als volgt te verkrijgen:
Door overmaking van € 14,95 (exclusief verzendkosten) per exemplaar op gironummer: 5059598 t.n.v. M. van den Hoogenhoff, Brabersweg 21, 3271 LD Mijnsheerenland onder vermelding van: “De andere weg naar Santiago” en het aantal exemplaren.
De verzendkosten bedragen voor 1 exemplaar € 3,00 en voor 2 of meerdere exemplaren € 4,50.

Voor meer informatie over onze dialezing of het boek, klik hier

Kijk voor nog een verhaal vol passie, overgave en mooie foto's op de onderstaande site.

Ga naar de Sjoeksite